Op maandag 26 januari j.l. vond de feestelijke lancering plaats van het nieuwe vakboek Leien en leibedekking. Het boek is geschreven door de auteurs Klaas Boeder en Willard van Reenen in opdracht van het Nationaal Restauratie Centrum.

Foto’s: fotograaf Jelle Verhoeks
De inhoud van het boek
Herstel en vervanging van leibedekking komt met grote regelmaat voor bij het instandhouden van monumenten en beeldbepalende panden. De kennis op het gebied van leibedekking is in de volle breedte van de monumentenzorg bij lange na niet overal voldoende aanwezig. Weliswaar zijn er de gecertificeerde leidekkersbedrijven die werken volgens de Uitvoeringsrichtlijn 4010 ‘Historisch Leidak’, maar daarnaast zijn er nog veel meer disciplines binnen de restauratieketen waar kennis over leien en leibedekking noodzakelijk is. Denk hierbij aan bouwhistorici, inspecteurs bouwkundig erfgoed/ Monumentenwachters, restauratiearchitecten/-adviseurs, vastgoedorganisaties, overheidsdiensten en bouwkundig aannemers.
In hoofdstuk 1 wordt eerst ingegaan op de historische toepassing van leien en de winning daarvan. De informatie in de tweede paragraaf van dit hoofdstuk is met toestemming van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een-op-een overgenomen uit het boek ‘Leien op Monumenten’ uit 1986 onder redactie van H. Janse. Het betreft alleen hoofdstuk 4 uit genoemd boek. Ook wordt ingegaan op de herkomst van leivormen en de winning van leien. Daarnaast is een overzicht opgenomen van leisteengroeves, die zich echter beperkt tot de voor Nederland belangrijke winplaatsen waaruit nog leien worden geleverd en de winplaatsen die niet meer leveren, maar waarvan nog wel substantiële hoeveelheden leien op Nederlandse daken liggen. Vervolgens wordt ingegaan op de onderconstructie, (na-)isolatie, zonnepanelen, bevestigingsmiddelen en voorzieningen, gereedschappen en hulpmiddelen.
Hoofdstuk 2 is geheel gewijd aan de kwaliteit van leien. In hoofdlijnen wordt het ontstaan en de samenstelling van leisteen behandeld. Uitgebreid
wordt stilgestaan bij wat de bepalende factoren zijn voor de kwaliteit van leien en welke stoffen schadelijk zijn alsmede ongunstige verschijnselen
die de kwaliteit van leien beïnvloeden.
Hoofstuk 3 gaat over het keuren van leien. Als je vanuit hoofdstuk 2 weet wat de bepalende factoren zijn voor een kwalitatief goede lei, hoe keur je dan zo’n lei? Dit wordt in hoofdstuk 3 aan de hand van een stuk historie over normering van de kwaliteit uitgelegd en daarna wordt dit achtereenvolgens uitgelegd aan de hand van verschillende soorten van onderzoek. Ook de visuele keuring wordt uitgebreid behandeld. Een visuele keuring wordt lang niet altijd gedaan, maar zou eigenlijk verplicht gesteld moeten worden om ook de laatste stap te zetten in de borging van de kwaliteit van het leimateriaal. Ook het keuren van nieuwe leisoorten komt aan bod, alsmede het verdekken, herkennen en sorteren van leien.
In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het inspecteren van een bestaand leien dak. Te beginnen met het bouwhistorisch onderzoek en daarna het bouwtechnisch onderzoek. Ook wordt ingegaan op URL 2005 ‘Gebouwinspecties’ en URL 4010 ‘Historisch Leidak’, en op wat de relatie is met URL 4011
‘Metalen dakbedekkingen en goten’.
Dan volgen in hoofdstuk 5 en 6 het dekken in Maasdekking en in hoofdstuk 7 en 8 het dekken in Rijndekking. Voor beide type dekkingen telkens één
hoofdstuk voor het meest gangbare leidekkerswerk en één hoofdstuk voor het dekken in bijzondere vormen. Specifiek worden hier nog genoemd
de paragrafen 5.5 (Maasdekking) en 7.5 (Rijndekking) over onderhoud en reparatie, waarin uitgebreid wordt stilgestaan bij allerlei vormen van gebreken en schades. Deze paragrafen zijn ook van grote waarde voor de inspecteurs bouwkundig erfgoed/Monumentenwachters.
Als laatste volgen een literatuurlijst met geraadpleegde bronnen, diverse bijlagen en de verantwoording van de gebruikte afbeeldingen.